De schaalvergroting en de internetwinkels zorgen voor een troosteloze aanblik van steeds meer winkelstraten. Waar vroeger fraai uitgedoste etalages de toon zetten, heerst nu de leegte.
Op verjaardagen rolt de vraag regelmatig over tafel: wat vind je van de site van ons bedrijf? Wij krijgen er veel positieve reacties op. Tsja, mag ik dan nog kritisch zijn?
Er was eens een fotograaf die als geen ander mensen, dieren en dingen kon fotograferen. Daarvoor had hij een professionele camera bij zich en een koffer vol lenzen en lampen. Hij was op en top vakman.
Een telefoontje van een sportvereniging. De vraag is of ik hen komend jaar wil sponsoren. Ik heb verschillende antwoorden paraat. Allereerst: Nee, het budget voor komend jaar is op.
Een leverancier aan de lijn. Hoe gaat het, vraag ik hem. Hij antwoordt: ‘We zijn druk. We hebben pas nog een grote klus afgerond en de volgende wacht al weer op ons.’
In mijn studententijd deelde ik een woning met drie NoordHollanders. Nou, dat heb ik geweten als Achterhoeker. De eerste weken kreeg ik steevast de vraag ‘wat zeg je?’ voor mijn kiezen. ‘Hoitink het is eten, niet et’n.’
Communiceren is niets anders dan een boodschap van een zender naar een ontvanger brengen. Als die boodschap goed wordt gebracht, verloopt de communicatie succesvol en wordt het doel dat je nastreeft bereikt.
De kogel is door de kerk: je begint voor jezelf. De ‘handel’ is bekend, de inschrijving bij de Kamer van Koophandel gedaan, de ontslagbrief voor je baas ligt klaar. En nu naam maken. Maar wat wórd je naam?
Op verjaardagen wordt er nogal eens lacherig gedaan over huis-aan-huis-(week)kranten en brievenbusreclame. Zo wordt vaak heel overtuigend gesteld dat de papieren berg zo ongelezen bij het oud papier wordt geknikkerd. ‘De muziek en de school verdienen er goed aan’, klinkt het dan stoer.